Ga jij verschil maken door juist nu met jongeren in gesprek te gaan?

2 februari 2021

Ontdek de basistheorie en 6 tools uit Deep Democracy voor goede gesprekken met jongeren

Deze week kreeg ik een mailtje en een telefoontje uit het onderwijsveld. De vraag was of ik naar aanleiding van de coronarellen informatie had om het gedachtengoed van Deep Democracy uit te leggen aan collega leraren en hoe je met Deep Democracy kon werken in de klas.

Hoe bespreek je de coronarellen en demonstraties? En de gevoelens die leven bij jongeren en tieners rondom de coronamaatregelen? Ik geef je in dit blog mee hoe je het gedachtengoed van Deep Democracy en 6 tools uit de methode hiervoor in kunt zetten. En natuurlijk kan iedereen die met jongeren werkt, of thuis aan de keukentafel met ze praat, hier ook inspiratie uit halen.

De theorie van de sabotagelijn

De theorie van de sabotagelijn is een invalshoek die inzicht kan geven in hoe de rellen zijn ontstaan. Sabotage is van alle tijden en komt overal voor. Het is menselijk gedrag. Waarom saboteren mensen? Je gaat saboteren als je je niet gehoord voelt. Boosheid en opgekropte frustratie, vinden hun weg naar buiten in sabotagegedrag, dat eerst bedekt en klein begint en steeds groter, openlijker en zichtbaarder wordt. De vernielingen die zijn aangericht komen niet uit het niets, ze hebben een lange aanloop en voorgeschiedenis. Diegenen die nu verbaasd zijn over de rellen hebben dit wellicht niet voldoende opgemerkt.

sabotagelijn

We weten inmiddels dat de opstandelingen een gemêleerd gezelschap waren: rellende jongeren, meelopers opgehitst door social media, voetbalhooligans, radicaal rechtse jongeren, spirituele groepen en meer. Daarbij kun je niet iedereen over een kam scheren.

Dat veel jongeren boos zijn en zich al langer niet gehoord voelen is denk ik wel duidelijk. Wie opgelet had, had al lang sabotagegedrag kunnen waarnemen: sarcastische grapjes over de (baby)Boomers, de generatie die hun toekomst heeft verpest, de anti-coronafeestjes, opzettelijk tegenwerken door met oud en nieuw toch vuurwerk af te steken, en klimaatstakingen om maar enkele sabotagegedragingen uit het rijtje te noemen. Als je dan ook nog eerst door de premier uitgenodigd wordt om mee te praten en daar verder niets mee wordt gedaan, dan voel je je keer op keer niet gehoord.

Daarom is de uitspraak van demissionair premier Rutte na de rellen geen sociologische verklaringen te willen niet erg helpend, het is weer een bewijs dat je niet wordt gehoord. Constructiever is de houding van SP’er Michiel van Nispen: “Begrijpen wat er gebeurd is, is iets heel anders dan begrip hebben”. De rellen zijn natuurlijk niet goed te keuren en moeten bestraft worden, maar je verdiepen in het waarom is belangrijk om dit gedrag te voorkomen in de toekomst. Het beste is natuurlijk om het hen rechtstreeks te vragen en in gesprek te gaan. En ook diegenen te bevragen die hiervan geschrokken zijn of het gedrag veroordelen.

Een goede voorbereiding is het halve werk.

Allereerst is het belangrijk dat je als docent of leerkracht weet waar je zelf staat en dat je je eigen aannames, gedachten en gevoelens onderzoekt. Lees over het onderwerp dat je wilt bespreken en ga na waar jouw grenzen, waarden en blinde vlekken liggen. Je kunt dan ook bepalen of je in staat bent om alle meningen te horen die naar voren zullen komen, ook de forse en kwetsende uitspraken. Thema’s kunnen je persoonlijk raken en het is goed om gedegen voorbereid te zijn. En het is natuurlijk ook heel legitiem om te besluiten dat je het gesprek niet gaat leiden omdat je het te spannend vindt of omdat het onderwerp je teveel raakt. Wat kan helpen is dat je met elkaar als leraren in gesprek gaat over hoe je er zelf over denkt en je open stelt voor de ervaringen en gedachten van je collega’s.

Ik denk zelf dat de combinatie van social media, nepnieuws, een autoritaire overheid, de dubbele boodschappen vanuit de politiek (eerst ‘eigen verantwoordelijkheid’ en daarna toch een avondklok, strenge maatregelen maar de logistiek rond vaccinatie niet op orde) en sociale ongelijkheid de cocktail is geweest die tot deze uitbarsting heeft geleid. In Joop vond ik vlak na de rellen een waardevol stuk van Shervin Nekuee, waarin hij voor realistische kijk op de rellen pleit.

Natuurlijk is het begrijpelijk en volkomen terecht dat iedereen boos is op de jongeren. Maar ik ben het met Shervin Nekuee eens dat je hen niet moet wegzetten als het ‘schuim der aarde’ en uitspraken als: “We zijn paraat en we gaan er keihard tegenin”, door demissionair minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus”, niet constructief zijn. Dit zal eerder olie op het vuur zijn en polarisatie tussen diverse groepen aanwakkeren.

En wat vind jij? Wat is jouw duiding van de rellen? Wat vind je dat er moet gebeuren?

Voordat je met je klas in gesprek gaat, is het handig er met je collega’s over te spreken. Wissel van gedachten en vorm je eigen mening.

sabotage en rellen

Nu je je eigen standpunt kent is het belangrijk dat je weet welke standpunten in jouw groep leven. Misschien weet je al iets over welke drijfveren, achtergronden, gedachtes, gevoelens, geschiedenissen, thuissituaties in jouw groep aanwezig zijn? En mooi is als je je eigen ervaringen en mening in kunt zetten, daarmee laat je jezelf zien en geef je het goede voorbeeld. Wat deed jij toen je hun leeftijd had? En hoe kijk je daarop terug? Maar ook: waar verbaas jij je over? Welke vragen heb je aan hen? Wat raakt je en waar ben je mee begaan? Een open en onderzoekende houding helpt. En vooral: luisteren, luisteren, luisteren.

Het gesprek leiden

Tool 1: starten, inchecken met de groep

Het doel van een dialoog is niet elkaar overtuigen, winnen of verliezen, maar perspectieven naast elkaar zetten, onderzoeken van standpunten, de opvattingen van anderen gespiegeld krijgen en je inleven in anderen. Er ontstaat ruimte in hoofden waardoor nieuwe ideeën ontstaan. Je zet de aanwezige wijsheid in de groep in op een natuurlijke manier. Hoe doe je dat nu? Hoe kun je ervoor zorgen dat jongeren leren van dialoog?

Deep Democracy heeft gesprekstools om met jongeren in gesprek te gaan. Online en live.
Zowel online als live kun je heel veel doen door in te checken en uit te checken. Laat je inspireren door mijn e-book en filmpjes waarin ik uitleg hoe je dat doet. Bij de Check-In stel je altijd enkele vragen, die laat je natuurlijk aansluiten bij het onderwerp. Eén van de vragen kan zijn: hoe denk je over de coronarellen of houdt het je niet bezig? Of: heb je zelf iets meegemaakt tijdens de coronarellen waarover je wilt vertellen?

Je laat de leerlingen popcorn style inchecken en niet op elkaar reageren. Bij de Check-In start je zelf en dan is het mooi als je zelf je persoonlijke mening of ervaring deelt. Je geeft zo het goede voorbeeld om je kwetsbaar op te durven stellen en maakt het op die manier veilig. Hoe authentieker je bent hoe meer je mooie en spontane Check-Ins met leerlingen kunt doen en hoe diepgaander het vervolggesprek zal zijn. Aan het einde vat je de thema’s samen die door de groep zijn genoemd.

Door in en uit te checken kunnen leerlingen hun emoties kwijt als ze stoom af moeten blazen maar leren ze ook luisteren. Het doel is dat leerlingen kunnen landen en focussen op het gesprek dat ze gaan voeren. Maar ook dat jij weet wat er leeft in de groep, zodat je daar actief op kunt inspelen. Online kun je allerlei variaties bedenken om in te checken, ook zonder woorden. Bijvoorbeeld: je kunt met je handen laten zien hoe je je voelt; duim naar beneden, duim naar boven en duim in het midden is ‘ik voel me gewoon’. Of laat ze een voorwerp zoeken wat laat zien hoe ze zich op dit moment voelen en laat ze er iets over vertellen. Online kun je ook nog Mentimeter of andere specifieke software gebruiken.

Tool 2: een gespreksmodel met 3 vragen

Als je weinig tijd hebt, en ook voor langere gesprekken, kun je de volgende drie vragen afwisselend gebruiken om het gesprek in de groep te leiden. Deze gesprekstechniek zorgt ervoor dat alle meningen aan bod komen, dat niemand alleen komt te staan met een mening, uitgelachen of buitengesloten wordt. Bovendien komen door de vragen ook minderheidsstandpunten aan bod en zorg je ervoor dat het gesprek niet tussen jou en één leerling plaatsvindt maar dat de groep met elkaar in gesprek gaat. Daardoor leert de groep van elkaar en kom je zelf niet in ‘discussie’ met een leerling. Een discussie tussen jou en een groepslid kan ertoe leiden dat een leerling nog standvastiger wordt in zijn standpunt en de rest van de groep niets leert of dat ze partij gaan kiezen.

De vragen zijn open vragen. Nadat je een Check-In hebt gedaan en het thema hebt geïntroduceerd wissel je deze vragen af:

  • Vraag 1: wie wil hier iets over zeggen?
  • Vraag 2: heeft er iemand nog een hele andere mening?
  • Vraag 3: wie herkent dit? (Vind dit ook? Vind iets soortgelijks?)

Door deze vragen afwisselend te gebruiken ontstaat een dialoog waarin alle meningen aan bod komen. Zo zal een leerling met een extreem standpunt zich niet gauw alleen voelen staan. Als er namelijk op een extreme uitspraak afkeurende reacties komen zal diegene zich niet meer uitspreken. En afhaken of je mond houden is niet bevorderlijk om je eigen mening te vormen of te herzien. Jongeren zijn in ontwikkeling en beïnvloedbaar. Ze zijn bezig te ontdekken wie ze zijn. Ze hebben dus ruimte nodig om zich te uiten, te meten, ergens tegenin te gaan en hun mening te herzien.

Je kunt een thema altijd inleiden met een filmpje, een verhaal, een stuk voorlezen uit een krantenartikel etc.. Je zet hiermee gedachten op gang bij de groep en laat hen verbinding maken met het onderwerp.

Tool 3: twee rollen tijdens het gesprek: gele pet (rolmodel) en blauwe pet (facilitator)

Als je het gesprek gaat leiden kun je twee petten gebruiken. Het werkt goed om, nadat je het onderwerp hebt geïntroduceerd, te werken met twee petten en uit te leggen dat als je de gele pet opzet dat je je eigen mening geeft en als je de blauwe pet opzet je de gesprekleider bent en luistert naar de groep. Hiermee blijf je voor de groep niet buiten schot als een onbeschreven blad, en laat je de groep in gesprek gaan met elkaar met de blauwe pet op: die van neutrale facilitator. Daardoor geef je ruimte aan de meningen van de leerlingen en voelen ze zich gehoord. Start met de gele pet en geef je eigen mening als rolmodel, niet om je eigen mening op te dringen, wel om te laten zien dat je een mening mag hebben. Nadat je dat gedaan hebt zet je je blauwe pet op en zeg je: ’Ik ben benieuwd hoe jullie hierover denken, ik zal nu het gesprek tussen jullie leiden’.

gespreksleider jongeren

Je kunt nu de 3 stappen gebruiken. Zet nadat je de blauwe pet hebt opgezet zo weinig mogelijk de gele meer op, alleen als je denkt dat het echt iets bijdraagt, dus als er iets belangrijks niet wordt gezegd bijvoorbeeld. Blijf wel altijd authentiek. Door zo min mogelijk te sturen geef je de leerlingen autonomie en onderzoeken ze zelf het onderwerp, zonder jouw sturende tussenkomst. Ze zullen het gevoel hebben dat het vooral hun gesprek is en hoe meer ruimte je geeft hoe meer ze zich zullen durven uiten en hoe meer je hun autonome denkvermogen helpt ontwikkelen.

Tool 4 en 5: als het spannend wordt: spelregels en weerbericht

Vliegen er bij het binnenkomen of vóór de online-les uitspraken als “Geert Wilders is de nieuwe Hitler”, ”de politie lokt zelf de rellen uit” of “corona is nep” door de klas en raken de gemoederen verhit, benoem dan wat er gezegd wordt en vraag of je het goed begrepen hebt. Vraag waar de leerling dit gelezen heeft en nodig de leerling uit om toe te lichten.

Probeer niet te sussen of af te kappen. Geef geen oordeel over extreme standpunten, dat maakt het onveilig. Bij zo’n opmerking kun je, nadat je de leerling hebt gevraagd iets toe te lichten, vragen wie er net zo over denkt. Daarna vraag je wie hier heel anders over denkt. Je gebruikt weer de drie vragen zodat het gesprek zich verder kan ontwikkelen.

Als het erg spannend is kun je spelregels met de groep maken. Leg uit dat het gesprek niet bedoeld is om te ‘winnen’ maar om meningen uit te wisselen en zo veel mogelijk meningen te horen. Dat het er niet om gaat iemand te dissen maar om te luisteren en te leren van elkaar en dat elke mening oké is, dat we allemaal anders naar dingen kijken. En dat je echt alles mag zeggen wat je vindt en denkt. Je kunt vragen of ze zelf nog andere spelregels nodig hebben om met elkaar te praten. Herhaal alle spelregels en houd in de gaten dat de leerlingen zich eraan houden. Zeg dat je graag wil dat de groep samen op de spelregels let. Als je vooraf vermoed dat het hoe dan ook spannend zal worden maak dan voorafgaand aan de Check-In al spelregels met de groep.

Als de standpunten tijdens het gesprek polariseren, verharden en er een ‘welles- nietes’ discussie ontstaat of het persoonlijk wordt, kun je een ‘weerbericht’ geven. Een samenvatting van alle standpunten, emoties, gedachtes, ervaringen en gevoelens die gedeeld zijn in de groep. Het is een samenvatting die zo neutraal mogelijk is waarbij je zo dicht mogelijk bij de woorden van de groep blijft en geen namen noemt. Bijvoorbeeld: ’er is gezegd dat er veel jongeren hebben meegedaan omdat ze een bericht op hun telefoon kregen, de avondklok wordt stom gevonden omdat je niet meer kunt chillen, en je voelt je opgesloten omdat je niet weg mag en sporten ook al niet meer kan. Er is ook gezegd dat het heel erg is als je gaat rellen en jatten en winkelruiten ingooien…’ enzovoort.

Bedenk dat een spannend gesprek prima is. Het voelt misschien ongemakkelijk maar weet dat juist in deze gesprekken jongeren geraakt worden en daardoor leren over zichzelf en situaties. Wat jij te doen hebt is het gesprek blijven faciliteren zonder iets op te willen lossen: met een open en nieuwsgierige houding, je oordelen opschorten en stevig blijven staan in spannende momenten.

Tool 6: de korte variant

Heb je geen tijd voor een dergelijk gesprek? Dan kun je volstaan met na de Check-In de vraag te stellen: wat raakte je in wat je hebt gehoord en wat vind je daarin belangrijk? Start weer zelf met je gele pet op zodat je een voorbeeld kunt geven. Je vertelt iets over een eigen inzicht. Bijvoorbeeld: ’Het verhaal in de krant van de jongen die een berichtje op zijn telefoon kreeg van zijn vriend om mee te doen en later spijt kreeg raakte me en ik besef hoe ik soms zelf ook beïnvloed kan worden door anderen die belangrijk voor me zijn en ook door social media. Ik herinner me een voorval…’ je kunt dan een eigen voorbeeld geven.

Als je er echt een langer project van wil maken kun je ook gebruik maken van Peer Education, een vorm van leren die erg effectief is waarbij jongeren worden ingezet om als rolmodel maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken bij andere jongeren.

Het gesprek afronden

Doe een Check-Uit. Deze werkt hetzelfde als een Check-In: popcorn stijl, jij start (gele pet), je stelt enkele vragen en je vat aan het einde weer samen. De vragen zijn vooral om dingen die gezegd zijn af te ronden, emoties die nog na-resoneren een plek te geven en fricties in de groep op te lossen. De groep doet dit zelf als je de goede vragen stelt. Een vraag zou bijvoorbeeld kunnen zijn: hoe vond je het om er op deze manier met elkaar over te praten?

Je kunt uitchecken met een tekening of een betoog. Deze kun je laten voorlezen/ laten zien of na de les laten inleveren. Als je online werkt kun je vragen een antwoord op een Check-Uit vraag in de chat te zetten.

Na het gesprek

Reflecteer na zo’n gesprek met collega’s, breng je ervaringen in bij intervisie of supervisie om hier weer van te leren voor je volgende gesprek. Deel je ervaringen, en ga samen na wat goed ging en wat beter kan. Veel succes met dit belangrijke werk!

Wil je hulp bij deze belangrijke taak of wil je een langere of kortere (online) Deep Democracy opleiding? Laat je door mij adviseren zodat je de voor jou best passende training, workshop of begeleiding kunt kiezen. Er zijn verschillende mogelijkheden.

Geef een antwoord